Hersendelen

Onze hersenen bestaan uit drie grote delen. In de evolutie van de soorten waren er eerst reptielen, later zoogdieren en daarna ontstond de mens. Ook onze hersenen worden in die volgorde opgebouwd.

Bij het prille embryo vormt zich eerst het reptielenbrein.

Ons autonoom zenuwstelsel is hier gevestigd. Het regelt ons overleven door instincten, reflexen en alles wat ‘autonoom’ gebeurt in ons lichaam zoals ademhaling, hartslag, regelen van lichaamstemperatuur, spijsvertering,…

We moeten hier niets bewust voor doen, het gebeurt vanzelf. Keerzijde is dat we het niet zelf kunnen sturen.

Later vormt zich het zoogdierenbrein, ook wel limbisch systeem of emotionele brein genoemd. Dit deel is betrokken bij het ‘maken’ van emoties : plezier, liefde, boosheid,…

De emotionele lading op herinneringen wordt hier gelegd. In dit deel zit onder andere ook de amygdala, ons angstcentrum.

Tenslotte volgt het mensenbrein of de neocortex waarmee we ons onderscheiden van (de meeste) zoogdieren. We kunnen door dit deel plannen, leren, taal gebruiken, herinneren, nadenken over gevoelens of gedrag van anderen, analyseren enz.

Prikkelverwerking

De hele dag door krijgen wij ontelbare prikkels binnen. Alles wat we zien, horen, ruiken,… wordt door onze hersenen verwerkt.

Veel prikkels worden meteen als onbelangrijk weggefilterd. Aan de ene kant is dat maar gelukkig. Als die filter er niet is (bij mensen waar die -al dan niet tijdelijk- niet zo goed werkt), is het leven heel overprikkelend.

Tegelijk is dit ook een nadeel. Onze eigen hersenen creëren die filters op basis van eerdere ervaringen. Sommige dingen worden dus weggefilterd omdat ze niet worden herkend als belangrijk, waar ze dat mogelijk toch zijn. En andersom kunnen bepaalde prikkels heel veel aandacht krijgen, terwijl ze in feite niet zo relevant zijn. Denk bijvoorbeeld maar aan in een donker steegje lopen en elk kleinste geluidje horen. Ineens lijkt elke geluid belangrijk, terwijl je in hetzelfde steegje overdag die geluiden niet eens zou opmerken.

Of als je net een rode auto wil kopen, zie je opeens overal rode auto’s rijden.

Als een prikkel binnenkomt in de hersenen, bepaalt de thalamus als een soort schakelstation waar deze naartoe moet.  Hij zendt gelijktijdig een signaal naar de amygdala (korte route) en de cortex (langere route).

De amygdala beoordeelt de prikkel op gevaar. Als hier iets wordt herkend als gevaarlijk, wordt er in het reptielenbrein reflexmatig een overlevingsreactie in gang gezet : fight (vecht), flight (vlucht) of freeze (bevries)- FFF.

De cortex daarentegen maakt afwegingen : wat moeten we met deze prikkel doen ? Als de cortex ‘nadenkt’ en besluit dat er geen probleem is, stuurt hij op zijn beurt weer een signaal naar de amygdala om deze af te remmen.

Dit kan al  ‘te laat’ zijn.  Eens de FFF-reactie in gang is gezet, is deze niet zo gemakkelijk terug te draaien.

Neem nu volgende situatie :

Je loopt op het zebrapad en uit je ooghoek zie je een auto snel naderen (prikkel).

Terwijl je cortex gaat berekenen hoever je nog verwijderd bent van de stoeprand, hoe hard de auto rijdt enz, schiet gelukkig de amygdala al in werking.

Indien de auto echt nog ver genoeg is, mag de cortex gewoon zijn werk doen. Je hartslag verhoogt mogelijk wel even, maar verdere reacties blijven uit. Je amygdala schatte in dat er geen echt gevaar was.

Is de auto dichter dan veilig lijkt, wordt de FFF- reactie in gang gezet. Je roept misschien heel luid om de automobilist zijn aandacht te trekken en maakt een stopbeweging (fight), je springt opzij of loopt heel snel door (flight) of je bevriest en blijft als verlamd staan. Dit laatste gebeurt normaal enkel als de eerste 2 geen optie zijn en geldt dan als ultieme poging van het lichaam om zich voor te bereiden op het incasseren van de klap en alsnog te overleven.

Dit systeem is fantastisch bij acuut gevaar. Het kan letterlijk ons leven redden. Mochten we eerst rustig staan uitdokteren hoe snel die auto rijdt, was het al te laat.

Maar… Dit systeem kan ook overprikkeld reageren. Daar zijn verschillende mogelijke oorzaken voor.

 Overprikkeling of ‘limbische’ reacties

Het limbisch systeem geeft gebeurtenissen en herinneringen een emotionele lading. Als er prikkels binnenkomen die geassocieerd worden met iets negatief uit het verleden, kunnen negatieve emoties worden opgewekt als een soort pavlovreactie. De FFF-respons wordt uitgelokt zonder dat daar feitelijke reden toe is. Het denkend brein wordt overgeslagen.

In bovenstaand voorbeeld is het logisch dat als jij of een dierbare ooit aangereden werd, je deze situatie sneller als gevaarlijk zal inschatten, ook als de auto voor iemand anders nog ver genoeg leek.

Het kan ook gaan om minder duidelijke linken. Stel dat je ooit les kreeg van een leraar met een opvallende snor die jou kleineerde. Dan is het best mogelijk dat je amygdala (zonder dat jij bewust die link legt) een nieuwe collega met een gelijkaardige snor als ‘gevaarlijk’ herkent. Je voelt je misschien nooit op je gemak bij die man, bent altijd op je hoede, maar begrijpt niet hoe dit komt.

Ook emotioneel verbonden zijn, maakt ons kwetsbaar voor activatie van dit systeem. We kunnen immers gekwetst geraken, wat onze hersenen herkennen als gevaar.

Hoe meer vroegere pijnlijke ervaringen opgeslagen liggen in onze hersenen, hoe meer kans dat het limbisch systeem in overdrive gaat in gehechtheidsrelaties (partnerrelaties, ouder-kind, broer/zus, vriendschappen,…).

Stel, je bent op een feestje.

Indien je je partner al kussend betrapt met een ander, is het logische dat je in een FFF-reactie schiet. Je amygdala herkent dit immers terecht als heel kwetsend en dus gevaarlijk. De een zal gaan roepen en tieren, de ander gaat er letterlijk vandoor en nog iemand anders staat er perplex op te kijken.

Maar stel nu dat je partner helemaal niets verkeerd doet, maar het jou opvalt dat hij/zij toch wel heel vaak naar een andere persoon kijkt. Misschien doet dit jou niets, of hooguit een beetje. Je cortex kan je amygdala geruststellen : niets aan de hand. Ben je echter al eerder erg gekwetst door deze of een vorige partner, is het mogelijk dat je amygdala toch in overdrive gaat.

Als we onder (chronische) stress staan, wordt ons natuurlijke verdedigingsmechanisme (FFF) sneller geactiveerd.  Heb je al een tijd te weinig slaap, pieker je veel, heb je het erg druk of veel zorgen, dan zal je je sneller angstig voelen, uit je sloffen schieten, emotioneel reageren,…

Iedereen zal het herkennen. Je loopt je benen onder je lijf uit, denkt aan alles wat je nog moet doen en net dan maakt je kind/partner/collega een opmerking die je even niet nodig had. Je reageert snibbig, boos of overdreven emotioneel.  En je schaamt je een beetje achteraf. Eigenlijk begrijp je, nu je er rustig over nadenkt, niet goed waarom je zo fel reageerde. Dat was toch helemaal niet nodig of terecht ?

 

Als we in ons emotionele brein schieten, werkt onze cortex (ons denkende brein), even niet naar behoren. Daarom kunnen we nadien, als we niet meer vastzitten in ons emotionele brein, best weer relativeren en nuanceren. Maar zolang we in ons limbische brein zitten dus even niet.

Stress op jonge leeftijd (door onveilige hechting, traumatische ervaringen,…) brengt een verandering aan in het stresshormoonsysteem die tot op volwassen leeftijd doorwerkt. Dit noemt sensitisatie. Je bent hierdoor als volwassene gevoeliger voor stressprikkels en als gevolg daarvan kunnen het gehechtheidssysteem en de amygdala sneller in werking treden.

Window of tolerance

De hoeveelheid stress die een mens aankan, wordt voorgesteld in de ‘window of tolerance’.

Om goed te kunnen blijven functioneren, dingen te kunnen verwerken, in ons denkend brein te kunnen blijven, onze emoties zelf te kunnen reguleren, onszelf te kunnen kalmeren,… moeten we binnen ‘het raampje’ blijven. Dit zijn de 2 dikke zwarte lijnen in de grafiek.

 

In ideale zin zijn we gedurende de dag steeds in een wisselende staat van opwinding : soms even wat meer stress of opwinding (arousal), dan weer wat minder. Zolang we binnen dat raampje blijven, zijn we in staat verbonden te blijven met wat er in onszelf gebeurt en verbinding te maken met mensen om ons heen.

Je kan je indenken dat als je al redelijk veel stress hebt en bovenaan dat middengebied zit, er weinig moet gebeuren voor je ‘buiten het raampje’ schiet. Een woord, een verkeerde blik, een kleine bijkomende opdracht,…  kan dan al genoeg zijn om je te doen ontploffen.

Als het gehechtheidssysteem al te erg geactiveerd is of mensen onder te grote stress en heftige emoties staan, gaan ze ofwel in hyper- of in hypo-arousal.

In hyper-arousal worden we overspoeld door onze gevoelens. We denken obsessiever en rigider, handelen vaak impulsiever. We hebben nog maar weinig echte controle over of voeling met onszelf, laat staan dat we rustig kunnen nadenken over anderen om ons heen. We zeggen dingen die we -eens we terug rustig zijn- niet echt menen, voelen ondraaglijk veel verdriet of kwaadheid,… Hier gaan mensen in fight of flight (of actieve freeze).

In hypo-arousal sluiten we onszelf af van zowel onze eigen gevoelens als die van anderen, we zijn afgevlakt, een soort innerlijke verlamming. In deze passieve freeze-modus zijn we rustig, maar kunnen we evengoed niet echt nadenken over anderen of onszelf.

Hyper- en hypo-arousal zijn bij de meeste mensen een kortdurende staat. Je ‘schiet’ er even in, maar na een tijdje kom je wel terug tot jezelf. Afhankelijk van hoe hoog jouw stressniveau gemiddeld staat of hoeveel kwetsuren jij al opliep (wat mee bepaalt hoeveel stress je aan kan) schiet je er sneller in of is het lastiger terug binnen je raampje te geraken.

Dit artikel werd geschreven door Inge Wouters in januari 2021.

Scroll naar top

Interesse in onze driemaandelijkse nieuwsbrief?